| |
studentenpastoratenAmsterdam
Arnhem
Breda
Delft
Den Bosch
Den Haag
Deventer
Eindhoven
Enschede
Groningen
Leiden
Leeuwarden
Maastricht
Nijmegen
Rotterdam
Tilburg
Utrecht
Wageningen
Zwolle
International
StudentChaplaincy
INTERNATIONAAL:
WSCF-Europe
CEUC
OVERIGE
LINKS:
Zinweb18-30
|
|
COLUMNEen atheïst in het religiecafé
In het
maandelijkse religiecafé van het Amsterdamse
Studentenpastoraat worden, zoals de naam al doet
vermoeden, doorgaans gasten uitgenodigd die iets hebben
met geloof, levensbeschouwing religie en theologie en
zich daar professioneel mee bezig houden. In februari van
dit jaar liep het anders. Onze gast was toen Bart Klink,
een student die zich vanaf zijn 18e jaar uitdrukkelijk
atheïst noemt. Dat is opmerkelijk want hoewel veel
studenten zich nu niet bepaald als gelovigen zien, komt
het niet vaak voor dat je onder hen een overtuigde
atheïst tegenkomt.
Dat was in jaren 60 en 70 wel anders. Zelfs (of juist)
theologen kon je horen verkondigen dat de bijbel op z'n
minst atheïstische trekjes had. Nu kijkt een ieder je
verbaasd aan als je dat vertelt. We waren geïnspireerd
door Bonhoeffer die iets gezegd had over een 'religieloos
christendom' en door Karl Barth die het zelfs waagde om
religie als ongeloof bestempelde. En niet te vergeten
Miskotte die niet de religieuze mens, maar de atheïst
zijn natuurlijke bondgenoot noemde'.
Maar de tijden zijn veranderd. Religie mag weer. In zijn
boek De ondergang van het atheïsme' schetst de
theoloog Alister MacGrath op bijna triomfantelijke toon
dat sinds de val van de muur het zo ongeveer wel gedaan
is met het atheïsme. Op een enkele dominee na die zich
het waagt zich atheïst te noemen, maar intussen vindt 'dat
atheïsten meervoudig uit de bocht vliegen.'
Ook Bart Klink zei in een interview met Ad Valvas (VU)
niet de illusie te hebben dat zich in de nabije toekomst
veel mensen tot het atheïsme zullen bekeren.
Reden genoeg om hem dus uit te nodigen voor een gesprek
met gelovige, ongelovige en zoekende studenten.
Uitgesproken atheïsten waren er verder niet bij. Wel
studenten die in wat ze zelf zeiden een atheïstisch
milieu waren opgegroeid.
Bart vertelde dat hij tot zijn achttiende in God geloofde,
naar de kerk ging, bad. Maar het ging mis met zijn geloof
- zoals hijzelf formuleerde - toen hij geschriften van de
Vlaamse atheïstische filosoof Etienne Vermeersch las.
Ik werd gewezen op de gruwelijke passages in de
Bijbel, die had ik in de kerk nooit gehoord De
aanwezigen konden niet anders dan dat erkennen. Maar nog
belangrijker was dat hij nog nooit één overtuigend
argument voor het bestaan van God gehoord had. Nu, dat
hadden de aanwezige studenten ook niet en bleken daaraan
ook geen behoefte te hebben. Want 'natuurlijk kun je het
bestaan van God niet (op wetenschappelijk manier)
bewijzen', daar was iedereen het wel over eens. Maar dat
was voor de meeste nog geen reden om niet in God te
geloven of de mogelijkheid daartoe bij voorbaat al uit te
sluiten.
Het viel mij op hoezeer ook Bart vasthield aan het
bestaan van God, dat hij uiteraard met alle argumenten
die hem ter beschikking staan, en dat zijn er vele,
ontkende. Uiteraard was ook hem het boek van de
Middelburgse dominee Klaas Hendrikse niet ontgaan. Op
zijn website - www.deatheist.nl - vindt hij - al
zegt hij dat niet met zoveel woorden - 'geloven in een
God die niet bestaat' onzin. 'Tenzij je een
ongebruikelijke betekenis aan de woorden God
en geloven geeft. Nu valt er op het boek van
Hendrikse veel aan te merken en Bart heeft zeker gelijk
dat het 'niet bestaan' van God niet zomaar uit het geheel
van Exodus valt af te leiden, maar is het niet zo dat er
in het voor Hendrikse zo centrale verhaal over de Naam
van God (Exodus) nu juist wel sprake is van een 'zeer
ongebruikelijke betekenis'. Want daar gaat het helemaal
niet over de vraag of God nou wel of niet bestaat. Dat is
de vraag van een toeschouwer. Vraag is of mensen
vertrouwen op de woorden die gesproken worden. En hoewel
ik dit beslist niet als vertaling zou willen voorstellen
is Hendrikses uitleg van ehjeh asjer ehjeh' raak.
Ga maar dan ga ik met je mee
Laten we blij zijn dat er nog atheïsten zijn die ons
vragen stellen. Natuurlijke bondgenoten waarmee wel heel
wat te bespreken valt.
André Fox
(Amsterdam)
Terug naar beginpagina
|